Naar hoofdinhoud
1.. Benoeming vindt slechts plaats nadat ten aanzien van de kandidaat-ombudsman of kandidaat-plaatsvervangend ombudsman een verklaring omtrent goed gedrag is afgegeven als bedoeld in de Wet op de justitiële en strafvorderlijke gegevens en op de verklaringen omtrent het gedrag. 2.. De raad besluit ten minste zes maanden voor afloop van de benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de ombudsman en diens plaatsvervanger.

Rechtspraak bij dit artikel