Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Horeca Exploitatieverordening voor Delft

In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn; andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. gebouw: Elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. horecabedrijf: De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt en/of dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt mede verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden. functie-ondersteunende horeca: Horeca-activiteit die ondersteunend en ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit; de horeca-activiteit is uitsluitend toegankelijk via die van de hoofdactiviteit. Het horecadeel mag maximaal 20% van het voor publiek toegankelijk vloeroppervlak bedragen met een maximum van 250 m2. Van de voorgevel mag maximaal 20% worden benut voor dit horecadeel; er is in het pand vrij toegankelijke sanitaire ruimte. De horeca-activiteit kan alleen naast de hoofdactiviteit worden gevestigd indien het bestemmingsplan dit rechtstreeks toestaat dan wel met een vrijstelling van het bestemmingsplan. terras: Een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt. kwaliteitsstrook: Een strook die naar beoordeling van het college kan worden toegevoegd aan een terras; deze strook bevindt zich vóór een terras, is standaard 1 meter diep en standaard zo breed als de breedte van het pand, en behoort niet tot het terras; de strook mag door de houder gebruikt worden ten behoeve van verplaatsbare objecten ten behoeve van het terras, zoals een buffetkar, een menubord of planten. houder: Degene die een horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2 van deze verordening. bezoeker: Een ieder die zich in een horecabedrijf bevindt, met uitzondering van: de houder, de leden van zijn huishouden en het in dat horecabedijf werkzaam zijnde personeel; de niet tot zijn huishouden behorende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht; de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel