**1..** a. Het college verleent voorzieningen aan personen met beperkingen, die hen zoveel mogelijk in staat stellen tot zelfredzaamheid en deelname aan het maatschappelijk verkeer.
**2..** Een voorziening wordt alleen verleend als zij:
langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van een huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aan gaan op te heffen of te verminderen;
naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopste compenserende voorziening kan worden beschouwd, en
in overwegende mate op de persoon van de aanvrager afgestemd is.
**3..** Een voorziening wordt niet verleend als:
zij voor een persoon zoals door de aanvrager algemeen gebruikelijk is. Bij een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en bij een plotseling optredende beperking wordt het begrip algemeen gebruikelijk niet toegepast;
zij het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw overschrijdt;
zij aangeschaft of in uitvoering is vóór de datum waarop burgemeester en wethouders een besluit nemen op de aanvraag;
de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Waterland en niet ingeschreven is in het GBA. Wanneer een persoon een bepaalde periode per jaar in de gemeente woont en in die periode ook ingeschreven is in het GBA, kan hulp bij het huishouden in natura en Aanvullend openbaar vervoer wel voor die periode verstrekt worden;
de ondervonden problemen te maken hebben met de aard van de in de woning gebruikte materialen;
er geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie vóórdat de aanvrager de beperkingen ondervond waarvoor de voorziening wordt aangevraagd;
een soortgelijke voorziening al eerder verleend is en de normale afschrijvingstermijn daarvan nog niet voorbij is - tenzij die voorziening verloren gegaan is als gevolg van omstandigheden die de aanvrager niet aan te rekenen zijn;
het gaat om het verwijderen van een aard- of nagelvaste woonvoorziening die met subsidie op grond van de Wvg of Wmo is verstrekt.
indien het tot de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager behoort om een oplossing voor zijn beperking te vinden.
**4..** Bij het verstrekken van individuele voorzieningen, met uitzondering van de rolstoel, is de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd of wordt de financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen van de aanvrager. De regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland zijn op de eigen bijdrage van toepassing zijn.
De hoogte van de eigen bijdrage voor een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget of het eigen aandeel bij een financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld in overeenstemming met de systematiek, de bedragen en de percentages zoals bepaald in artikel 4.1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.
**5..** In afwijking het tweede lid, onderdeel a, kan hulp bij het huishouden ook verstrekt worden voor een korte periode.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2
Voorwaarden voor het verstrekken van voorzieningen
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2007