**1.** Het college kan een besluit, genomen op grond van deze Verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze Verordening;
de gegevens op grond waarvan de voorziening is verleend, inmiddels zodanig zijn gewijzigd dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze Verordening;
op grond van gegevens besloten is en gebleken is dat deze gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;
na onderzoek is gebleken dat door verregaande onachtzaamheid, verwaarlozing of opzet van de gebruiker, een voorziening beschadigd is, zoek is geraakt of anderszins niet meer te gebruiken is voor het doel waarvoor deze werd verstrekt;
indien onder voorwaarden een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget in het vooruitzicht is gesteld en niet binnen 6 maanden na de toekenning is voldaan aan de voorwaarden daarbij, tenzij er krachtens deze Verordening of in het besluit een andere termijn gesteld is;
indien onder voorschriften een voorziening is verstrekt en binnen een afgesproken termijn niet aan deze voorschriften voldaan wordt.
**2.** Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel of de dienst waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
HOOFDSTUK 7
Artikel 38
Intrekken van een besluit tot verlening van een voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2007