Naar hoofdinhoud

§ 3.1

Artikel 19

Het opleggen van een verlaging van de uitkering

Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017

1.. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan zoals bedoeld in de PW dan wel de verplichtingen genoemd in deze verordening en/of de wet, met uitzondering van artikel 17, eerste lid, PW en artikel 13 IOAW en IOAZ, niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich zeer ernstig misdragen zoals omschreven in artikel 34 van deze verordening, wordt overeenkomstig deze verordening een verlaging van de uitkering opgelegd. 2.. Een verlaging van de uitkering wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij of zijn gezin verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel