**1..** Het college ziet af van het opleggen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging heeft plaatsgevonden meer dan twee jaar voordat het college deze geconstateerd heeft, en het niet één van de gedragingen betreft zoals opgenomen in artikel 18, vierde lid, PW.
**2..** Het college kan afzien van het opleggen van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Indien het college afziet van het opleggen van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt aan de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
§ 3.1
Artikel 21
Afzien van het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017