1. Grafkelders die in eigendom zijn van de gemeente worden uitgegeven als particulier keldergraf.
2. Het college kan nadere regels vaststellen voor voorwaarden.
3. Vergunning voor een reeds bestaande grafkelder kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:
a. de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende is;
b. de fundering en constructie onvoldoende veilig;
c. ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
d. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen;
e. van de vergunning geen gebruik gemaakt wordt binnen de daarin gestelde termijn;
f. de houder van de vergunning dit verzoekt;
g. het college om redenen van beheer technische aard dit wenselijk of noodzakelijk acht.
3. Onder in verval zijnde graven wordt verstaan:
a. breuk van het monument;
b. een verzakking van het monument van meer dan 10 cm;
c. het onleesbaar afgesleten zijn van teksten;
d. beplanting buiten de toegestane afmetingen (groeiend boven de toegestane hoogte en buiten de grafafmeting);
e. omgevallen monumenten, dan wel monumenten die (deels) beschadigd zijn geraakt;
f. graven die een risico vormen voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers van de gedenkparken (ondeugdelijke constructies volgens huidige richtlijnen).
4. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.
Artikel 20. Afstand doen van graven
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Hoofdstuk 4
Artikel 17
Grafkelder
Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Urk 2017