1. Het grafrecht vervalt:
a. door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;
b. indien de rechthebbende afstand doet van het recht;
c. indien de begraafplaats wordt opgeheven;
d. indien na overlijden van de rechthebbende zich binnen 1 maand geen nieuwe
rechthebbende meldt.
2. Het college kan het grafrecht vervallen verklaren:
a. indien de betaling van de rechten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht -ondanks een aanmaning- niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;
b. indien de rechthebbende -ondanks een aanmaning- in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;
c. indien de rechthebbende –ondanks een aanmaning- niet binnen een jaar overgaat tot herstel van een graf dat in verval is;
d. indien de rechthebbende wijzigingen van de NAW-gegevens niet binnen 1 maand door geeft aan de administratie.
Hoofdstuk 4
Artikel 19
Vervallen grafrechten
Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Urk 2017