Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel
30:1:1:14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie,
tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaar- of beroepschrift
dient te beslissen.
Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van
tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, of artikel 7:24,
tweede lid, van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen
van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing verzoekt
hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan de beslissing te verdagen.
Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie, de belanghebbenden
en in het geval van behandeling van een beroepschrift het verwerend orgaan,
een afschrift.