Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 13

Intrekken of overschrijven vergunning vaste plaats

Onderdeel van Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Delft

1.. De vergunning voor een vaste plaats wordt ingetrokken; op verzoek van de standplaatshouder, behoudens het bepaalde in lid 4 en 5; bij overlijden van de standplaatshouder, behoudens het bepaalde in lid 6 en 7; wanneer niet langer wordt voldaan aan een of meer van de eisen als gesteld in artikel 9, lid 6; indien de standplaatshouder, dan wel zijn waarnemer, niet tenminste éénmaal per twee weken en tenminste tien maal per kwartaal zijn vaste plaats op de warenmarkt inneemt, zulks met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 19, 20 en 21; indien het college de vergunning intrekt in de gevallen als bedoeld in artikel 33. 2.. De vergunning voor een vaste plaats kan eveneens worden ingetrokken indien de standplaatshouder, dan wel zijn waarnemer, gedurende een tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden zijn vaste plaats niet of nagenoeg niet heeft kunnen innemen. 3.. Indien het bepaalde in lid 1 of lid 2 toepassing vindt, wordt de inschrijving op de desbetreffende anciënniteitenlijst doorgehaald. 4.. Indien de vergunning voor een vaste standplaats wordt ingetrokken op verzoek van de standplaatshouder en hierbij tegelijkertijd wordt verzocht de vergunning voor deze vaste plaats, met daarbij behorende anciënniteit, over te schrijven op de echtgnoot / geregistreerd partner, wordt hiertoe besloten, tenzij naar het oordeel van het college sprake is van bijzondere feiten of omstandigheden die zich hiertegen verzetten. 5.. Indien de vergunning voor een vaste standplaats wordt ingetrokken op verzoek van de standplaatshouder en hierbij tegelijkertijd wordt verzocht de vergunning voor deze vaste plaats over te schrijven op de waarnemer, die minimaal drie jaar zijn waarnemer is zoals bedoeld in artikel 18 lid 2, wordt hiertoe besloten, tenzij naar het oordeel van het college sprake is van bijzondere feiten of omstandigheden die zich hiertegen verzetten. De inschrijving op de anciënniteitenlijst op moment van inschrijving als waarnemer blijft gehandhaafd. 6.. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de standplaatshouder wordt de vergunning voor de vaste plaats, met daarbij behorende anciënniteit, overgeschreven op de echtgenoot/geregistreerd partner, indien deze binnen drie maanden na het overlijden of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld, een daartoe strekkend schriftelijk verzoek bij het college indient, tenzij naar het oordeel van het college sprake is van bijzondere feiten of omstandigheden die zich hiertegen verzetten. 7.. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de standplaatshouder wordt de vergunning voor de vaste plaats overgeschreven op de waarnemer, indien deze binnen drie maanden na het overlijden, of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld, een daartoe strekkend verzoek bij het college indient, tenzij naar het oordeel van het college sprake is van bijzondere feiten of omstandigheden die zich hiertegen verzetten. De inschrijving op de anciënniteitenlijst op moment van inschrijving als waarnemer blijft gehandhaafd. 8.. Indien de echtgenoot/partner, als bedoeld in lid 4 en 6, reeds vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde warenmarkt, wordt die vergunning ingetrokken. De inmiddels opgebouwde anciënniteit blijft gehandhaafd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel