Een verleende garantie kan onverminderd het bepaalde in art. 4:48 Awb, eerste lid, onderdelen b t/m d worden ingetrokken:
indien de overeenkomst van geldlening, waarop de garantie betrekking heeft, niet binnen drie maanden na verzending van het betreffende besluit tot stand komt en de hoofdsom volgens het overeengekomen stortings- en aflossingsschema aan de geldnemer ter beschikking wordt gesteld;
indien door toedoen of nalaten van de geldnemer het risico dat voor de gemeente uit de verstrekte garantie voortvloeit significant wordt gewijzigd.
Hoofdstuk
Artikel 7.
Intrekking verstrekte garanties
Onderdeel van Verordening Gemeentegaranties Geldleningen 2004