**1..** De werkzaamheden dienen qua tijd en uitvoeringswijze zodanig te worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor (mindervalide) voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd (bestemmings)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven.
Verder geldt:
een weg mag in principe maar aan een kant worden afgesloten;
er moet altijd minimaal een rijstrook beschikbaar zijn;
indien het onvermijdelijk is dat een straat toch volledig afgesloten moet worden dient dit
ingeval van een omleiding van openbaar vervoer routes ten minste tien werkweken voor aanvang van de werkzaamheden afgestemd te worden met de coördinator en de betreffende openbaar vervoer bedrijven.
in overige gevallen ten minste vier werkweken voor aanvang van de werkzaamheden afgestemd te worden met de coördinator. Na goedkeuring van de coördinator zullen de hulpdiensten ten minste drie werkweken voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd worden door de gemeente over de wegafsluiting.
De vooraankondigingsborden dienen een werkweek van tevoren aan beide zijden van de af te sluiten weg door de grondroerder geplaatst te worden;
brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke en bovengrondse voorzieningen van andere netbeheerders moeten altijd zichtbaar en toegankelijk blijven;
de minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,50 m en de minimale doorrijhoogte voor hulpvoertuigen is 4,50 m en dient altijd gewaarborgd te zijn;
objecten moeten minimaal tot op 40,00 m benaderd kunnen worden.
**2..** Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten dient een goede toegankelijkheid geboden te worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en mindervalide voetgangers die vaak worden begeleid door hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobiles. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken dienen vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst en in stand gehouden te worden.
**3..** Indien een beperking van de bereikbaarheid onvermijdelijk is en tot gevolg heeft dat:
de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen naderen;
de bevoorrading van winkels en bedrijven anders dan normaal moet worden geregeld;
met belanghebbenden geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid,
dient de grondroerder minimaal drie werkweken vooraf te overleggen met de toezichthouder zodat tijdig afspraken gemaakt kunnen worden om de juiste maatregelen te nemen.
Hoofdstuk DEEL › Paragraaf 3.
Artikel 3.1.