Naar hoofdinhoud
1.. Voor het plaatsen of wijzigen van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2.. De rechthebbende vraagt de vergunning voor het plaatsen of wijzigen van een gedenkteken aan. 3.. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen kan het college nadere regels vaststellen. 4.. Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. 5.. Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de het gedenkteken ondeugdelijk is. 6.. Het bepaalde in artikel 13, lid 4, is van overeenkomstige toepassing. 7.. Het plaatsen en het beheer van gedenktekens geschiedt door en op kosten van de vergunninghouder, in overleg met en onder toezicht van de beheerder. 8.. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel