Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

OMSCHRIJVING EN DEFINITIE VAN BEGRIPPEN

Onderdeel van Damoclesbeleid Maasgouw 2017

Ter verduidelijking van deze beleidsregel is onderstaand een aantal begrippen gedefinieerd en omschreven. Drugs: Een middel als bedoeld in lijst I en lijst II behorende bij de Opiumwet. Drugshandel: De verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van drugs (lijst I en II behorende bij de Opiumwet) in een woning of lokaal en de daarbij behorende erven. Woning: Een voor bewoning gebruikte ruimte. Een woning is te karakteriseren als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand, eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen, zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden. Of een ruimte een woning is, wordt niet alleen bepaald door uiterlijke kenmerken, zoals de bouw en de aanwezigheid van een bed en ander huisraad, maar ook door de daaraan werkelijk gegeven bestemming. Er dient daadwerkelijk gewoond te worden. Of dit het geval is kan onder meer blijken uit de Basisregistratie personen (BRP), de inrichting en het feitelijke gebruik dat van de ruimte wordt gemaakt. De woning hoeft niet in een woonhuis te zijn gelegen. Onder omstandigheden kan ook een hotelkamer of ander recreatieverblijf als woning gelden. Een persoon die incidenteel overnacht in een woning en niet op dit adres in de BRP staat ingeschreven, wordt niet aangemerkt als bewoner. Als er wél sprake is van een bewoner, dan leidt diens tijdelijke afwezigheid, bijvoorbeeld wegens vakantie of opname in een ziekenhuis, er niet toe dat de ruimte het karakter van woning verliest. Niet tot een woning behoren die ruimten die in het geheel niet voor bewoning zijn bestemd en ook niet als zodanig worden gebruikt en die van buitenaf via een eigen ingang kunnen worden betreden. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan aangemerkt worden als een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal en valt daarmee onder het handhavingsbeleid dat voor lokalen geldt. Als er sprake is van een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de illegale drugs in één van de verhuurde kamers is geconstateerd dan kan een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen. Gelet op het feitelijke gebruik ervan kan deze kamer in principe worden aangemerkt als afzonderlijke woning. De beleidslijn is echter om uit te gaan van een gehele sluiting van de woning. Dit met het oog op de doelstelling van Opiumwet 13b, het verwijderen van een drugspand uit het drugscircuit. Doorgaans zal een woning als zodanig en niet (alleen) een zich daarin bevindende specifieke kamer bekend staan als drugspand. Lokaal: Een al dan niet voor publiek toegankelijke ruimte, niet zijnde een woning. Onder de in deze rubriek bedoelde panden vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven zoals winkels en horecabedrijven en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten. Ook kunnen bijvoorbeeld een hotelkamer, andere recreatieverblijven en een kantoor, voor zover zij geen ‘woning’ zijn, onder het begrip lokaal vallen. Erf: Al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. Recidive: Een herhaalde overtreding van het bepaalde in artikelen 2 en/of 3 van de Opiumwet binnen een periode van 3 jaar na de laatste overtreding. Hierbij is niet relevant of de laatste overtreding is gegrond op artikel 2 of 3 van de Opiumwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel