Wanneer sprake is van een bijzondere woonvorm kunnen in een bestaande woning of een bij de woonbestemming behorend bijgebouw intern extra wooneenheden worden gerealiseerd, indien:
aangetoond wordt dat het initiatief voorziet in een locale behoefte;
voldaan wordt aan de bepalingen uit het Bouwbesluit;
er toezicht en beheer is gegarandeerd.
Wanneer sprake is van huisvesting van arbeidsmigranten in niet-zelfstandige wooneenheden dient in aanvulling op het in lid 1 bepaalde onder a. t/m c. het aantal m2 aan slaap- en verblijfsruimten exclusief de sanitaire ruimte en keuken tenminste 10 m2 per persoon te bedragen.
Wanneer sprake is van mantelzorg is toevoeging van maximaal 1 wooneenheid mogelijk:
op basis van een doktersverklaring dan wel een indicatie van het CIZ (Centrm Indicatiestelling Zorg);
de voor mantelzorg aangepaste ruimten mogen niet worden voorzien van een eigen huisnummer;
de ontheffing wordt verstrekt als een persoonsgebonden beschikking aan de mantelzorgontvanger.
Artikel 5
Bijzondere woonvorm
Onderdeel van Interim-beleid “Toetsingskader voor nieuwe woningbouwinitiatieven, 1ste wijziging