Naar hoofdinhoud
1.. Afhankelijk van de volgende voorwaarden kan een RPW-B2 worden verstrekt voor woningen met een WOZ-waarde van ≥ €170.000: de woning heeft een bouwjaar van <1998 en het geleende bedrag wordt ingezet voor energiebesparende maatregelen en/of levensloopbestendigheid en/of cascoverbetering of; de woning heeft een bouwjaar ≥ 1998 en het geleende bedrag wordt met een minimum van 50 procent ingezet voor cascoverbetering en/of levensloopbestendigheid. 2.. De kosten van aannemers, erkende installateurs, constructeurs, adviseurs en leveranciers betreffende de volgende energiebesparende maatregelen komen in aanmerking voor financiering met een lening als bedoeld in deze verordening: Isolatie; grijswatercircuit; cv-ketel; zonne-energie; warmtepomp; warmteterugwinning douchewater; warmtekrachtkoppeling; opmaak energielabel met maatwerkadvies. 3.. De maatregelen genoemd in lid 2 worden nader gespecificeerd in bijlage I van deze verordening. 4.. Voor de kosten van de in lid 2 genoemde maatregelen geldt dat zij enkel in aanmerking worden genomen ingeval zij - na realisatie - op zich dan wel gezamenlijk leiden tot verbetering van het energielabel met ten minste één klasse. De verbetering van het energielabel dient te worden aangetoond door een erkende EPA-adviseur (Energie Prestatie Advies). 5.. De kosten van aannemers, erkende installateurs, constructeurs, adviseurs en leveranciers betreffende de volgende voorzieningen ter verduurzaming en verbetering van de woning komen in aanmerking voor financiering met een lening als bedoeld in deze verordening: het treffen van voorzieningen tot het opheffen van gebreken aan het casco van de woning. Onder het casco van de woning wordt verstaan: de funderingen, dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw met de ondergrond, het ruwe metsel- en voegwerk, vloeren, buitengevels inclusief kozijnen met ramen en deuren, balkconstructies, daken inclusief bedekking en randafwerking, alsmede alle lood- en zinkwerken, gootconstructies, dakkapellen, dakramen, schoorstenen, rookgasafvoeren en ventilatiekanalen; de technische installaties, met daarbij behorende leidingen voor gas, water en elektriciteitsvoorziening en de afvoer van afval- en hemelwater met de riolering. Onder cascoverbetering wordt mede verstaan het treffen van voorzieningen tot het opheffen van gebreken wordt verstaan: het verbeteren van fundering op staal; het herstel van de gevels en dragende muren; het herstel van vloerconstructies; het herstel van kapconstructies, waaronder wordt verstaan het repareren of het vernieuwen van de kapconstructie, zoals gordingen, muurplanten en spant(en); verwijderen asbest en/of loden leidingen. 6.. De maatregelen genoemd in lid 5 worden nader gespecificeerd in bijlage II van deze verordening. 7.. De kosten van aannemers, erkende installateurs, constructeurs, adviseurs en leveranciers betreffende de volgende voorzieningen die leiden tot het levensloopbestendig maken van de woning, komen in aanmerking voor financiering met een lening als bedoeld in deze verordening: a.Onder de voorzieningen die leiden tot levensloopbestendigheid van de woning worden die basiseisen bedoeld als genoemd in het Handboek Woonkeur in het Basispakket deel C voor woningen. Deze zijn: de hoofdkenmerken van het casco maken, ook in de toekomst, de woning bruikbaar en toegankelijk. Alle reëel bereikbare deuren en ramen die toegang geven tot de woning zijn voldoende inbraakwerend, zonder de gebruiksvriendelijkheid te schaden; de entree van een woning moet toegankelijk zijn, sociaal veilig en inbraakwerend; de verkeersruimten in een woning zijn toegankelijk en bruikbaar; hoogteverschillen in de woning moeten door de bewoners veilig en met een beperkte inspanning kunnen worden overbrugd. Trappen moeten voldoende ruimte bieden, tenminste 900 mm tussen de leuningen; er dient een reservering te zijn voor verticaal personentransport, wanneer één of meer primaire ruimten op de verdieping liggen; verblijfsruimten zijn toegankelijk, bruikbaar en dienen rechtstreeks, met uitzondering van de keuken, vanaf de voordeur of via verkeersruimten ontsloten te worden; voldoende ruimte voor woon- slaap- en kookfunctie; voldoende gebruiks- en plaatsingsruimte voor apparatuur; bewoners, al dan niet met beperking, kunnen badkamer en toiletruimte bereiken en gebruiken; de (elektrische) installaties, ventilatie- verwarmingsvoorzieningen in de woning zijn toegankelijk en dragen bij aan de veiligheid en comfort van de bewoners; bewoners worden tijdig gealarmeerd als er rook ontstaat; een alarmeringssysteem valt later eenvoudig aan te brengen. 8.. Voor de toelichting van de basiseisen genoemd in lid 7 wordt verwezen naar bijlage III van deze verordening. 9.. Bij de uitvoering van de genoemde werkzaamheden dienst zoveel als mogelijk gebruik te worden gemaakt van duurzame geproduceerde bouwmaterialen.

Rechtspraak bij dit artikel