Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Ontwikkelingen in wet en regelgeving

Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Zeeuws-Vlaanderen

1.4.1 Wet VTH Op 8 december 2015 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) aangenomen. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. De wet is een invulling van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Zo wordt het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en worden gemeenten verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. De eisen die de verordening aan de organisatie stelt, berusten op het vertrekpunt van de Kwaliteitscriteria 2.1. Deze moeten door betrokken organisaties worden toegepast volgens de regel ‘comply or explain’. Dit betekent dat in principe voldaan moet worden aan de Kwaliteitscriteria 2.1, maar dat daar gemotiveerd van afgeweken mag worden. De gemeenten in Zeeuws Vlaanderen stellen gezamenlijk een verordening VTH op. Insteek zal zijn om de Kwaliteitseisen 2.1 te volgen waar dat mogelijk is en waar dat niet mogelijk is, gemotiveerd afwijken. In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de Kwaliteitscriteria 2.1 voor zover het onderdeel C betreft: Procescriteria, inhoudelijke criteria en prioriteiten . Een ander onderdeel van de stelselherziening is de verbetering van de afstemming en informatie-uitwisseling tussen provincies, gemeenten, waterschappen, het openbaar ministerie (OM), politie en de rijkstoezichtshouders. Zij worden verplicht wederzijds informatie uit te wisselen (waaronder toezichtsinformatie) en periodiek regionaal af te stemmen over handhavingsprioriteiten en programma’s. Naast de wet komt er ook nog een AMvB VTH en een wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (Bor). In de concept AMvB VTH wordt een vertaalslag gemaakt van de Package Deal (basistakenpakket) naar het Besluit Omgevingsrecht. Ook zijn procescriteria opgenomen voor vergunningverlening en wordt de basis gelegd voor een gemeenschappelijk inspectiesysteem (Inspectieview Milieu). Deze AMvB wordt in een later stadium verwerkt in de AMvB's die onder de Omgevingswet komen te vallen, maar is nu apart vormgegeven vanwege de eerdere inwerkingtreding van de Wet VTH. 1.4.2 Wet Kwaliteitsborging De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (verder: WKB) is een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen van nieuwe gebouwen en vergunningplichtige werken. Na in werking treden vervalt de preventieve toets door de gemeente als het gaat om de bouwtechnische voorschriften. Daarbij houdt de gemeente tijdens het bouwen geen toezicht meer. Deze taken en verantwoordelijkheden worden overgedragen aan de private markt. Dit geldt overigens niet voor alle soorten bouwwerken. Hiertoe zijn bouwwerken ingedeeld in drie gevolgklassen, waarbij de preventieve toets voor gemeenten uitsluitend vooralsnog voor gevolgklasse 1 vervalt. Voorbeeld van bouwwerken die in gevolgklasse 1 vallen: grondgebonden woningen, eenvoudige bedrijfsgebouwen en infrastructuur. Binnen de nieuwe wet heeft het bevoegd gezag een toetsende rol op onder meer de volgende zaken: toetsing van het bouwplan op eisen van welstand en op toegelaten instrumenten toets of het bouwplan past binnen het bestemmingsplan toets op gevaren van bouwactiviteiten voor omwonenden en passanten - toets van het gebouwdossier van de kwaliteitsborger bij gereed melding van het bouwwerk. Op 15 april jl. is het voorstel van wet ingediend bij de Eerste Kamer. Hoogstwaarschijnlijk gaat in 2018 de private kwaliteitsborging gelden voor woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. 1.4.3 Omgevingswet Op 1 juli 2015 heeft een ruime meerderheid van de Tweede Kamer ingestemd met de Omgevingswet. Begin 2016 stemde ook de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel. Daarna volgde direct de publicatie in het Staatsblad. De wet treedt eind 2018 of begin 2019 in werking. De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt bijvoorbeeld 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Met de nieuwe Omgevingswet wil het kabinet: de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar afstemmen; duurzame projecten (zoals windmolenparken) stimuleren;- gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte geven. Zo kunnen zij hun omgevingsbeleid afstemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. De houding bij het beoordelen van plannen is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld bedrijven en organisaties om met ideeën te komen. 1.4.4 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 treedt de Wet natuurbescherming in werking. In de Wet natuurbescherming gaan de huidige Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw), Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet op. Voor het behoud van onze natuur en de bescherming van bedreigde dieren en planten zijn gemeenten of de provincie het bevoegd gezag. De gemeenten zijn bevoegd gezag wanneer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd (mogelijk met verklaring van geen bedenkingen van de provincie), de provincie wanneer rechtstreeks daar een vergunning wordt aangevraagd. Het betreffende bevoegd gezag is verantwoordelijk voor de bezwaar- en beroepsprocedures en uitvoering van de toezicht en handhavingstaken. De verwachting is dat gemeenten vaker aan zet zijn om handhavend op te treden. De Staatssecretaris heeft aangegeven dat het, gegeven de zorg bij gemeenten over dit onderwerp, aangewezen lijkt om gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 5.2, vierde lid, Wabo biedt om ook het bestuursorgaan dat bevoegd is om een vvgb te geven in staat te stellen om handhavend op te treden, dus naast de gemeenten. Dit zou bij het opstellen van de uitvoeringsregelgeving in het Bor opgenomen kunnen worden. De last voor gemeenten zou daarmee enigszins worden verlicht. Veel is echter nog niet duidelijk en heeft ertoe geleid dat wij in dit Integraal Handhavingsbeleid nog geen doelstellingen en prioriteiten hebben benoemd voor dit thema.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel