De Wabogeeft de kaders aan voor de omgevingsvergunning en de eisen waaraan het toezicht en de handhaving moeten voldoen.
De Wabo gaat uit van het recht van de aanvrager op één aanvraag bij één loket met één beslissing na één procedure met één beroepsgang. Het bevoegd gezag moet het toezicht onderling afstemmen en zorgen voor één handhaving-/vergunningentraject,
Primair gaat het er dus om burgers en bedrijven bij handhaving van regelgeving niet met een groot aantal verschillende gemeentelijke functionarissen te confronteren, die zich ook nog eens op verschillende momenten op verschillende manieren bij hen melden. Wij zullen onze handhavingstaken zo veel als mogelijk organiseren, dat een controle bij een inrichting of een bouwwerk per vakgebied op elkaar wordt afgestemd. Het kan zijn, dat één functionaris toezicht houdt, dan wel dat meerdere functionarissen gezamenlijk toezicht houden, ofwel dat op één vakgebied wordt gecontroleerd, terwijl een ander vakgebied op dat moment niet aan de orde is (dit laatste heeft te maken met de frequentie van de controles voor bepaalde regelgeving; bijv. controle preventie brandveilig gebruik en controle horeca en exploitatievergunning).
Bij het overgrote deel van de projecten die onder de Wabo vallen, zullen wij als gemeente(n) bevoegd gezag zijn en dus verantwoordelijk zijn voor de handhaving. Is er sprake van een provinciale (milieu)-inrichting (voornamelijk de zgn. de BRZO-bedrijven), dan zijn Gedeputeerde Staten het bevoegd Wabo-gezag. In specifieke gevallen kan ook de Minister bevoegd gezag zijn.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Zeeuws-Vlaanderen