Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 15.

Aangifteverzuimboete (artikel 67a van de AWR)

Onderdeel van Besluit bestuurlijke boeten haven- en kadegelden

1.. Het niet of niet binnen de termijn doen van aangifte voor de aanslagbelastingen wordt aangemerkt als een verzuim. 2.. Ter zake van een aangifteverzuim legt de heffingsambtenaar een verzuimboete op van € 500. 3.. n.v.t. 4.. Bij het niet of niet binnen de termijn doen van aangifte voor de aanslagbelastingen is alleen sprake van een verzuim, indien belanghebbende de aangifte niet binnen een door de heffingsambtenaar gestelde termijn heeft gedaan en hij geen gevolg heeft gegeven aan een aanmaning van de heffingsambtenaar op grond van artikel 9, derde lid, van de AWR. 5.. Een aangifte die wordt ingediend nadat de aanslag (ambtshalve) is opgelegd, geldt niet alsnog als een (niet binnen de termijn) gedane aangifte. 6a.. In afwijking van het tweede lid legt de heffingsambtenaar ter zake van een aangifteverzuim een verzuimboete op € 750, indien er sprake is van een tweede verzuim ten opzichte de voorafgaande periode van vijf jaar. 6b.. In afwijking van het tweede en vorige lid kan in uitzonderlijke gevallen een verzuimboete worden opgelegd van € 1000. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn indien belanghebbende stelselmatig in verzuim is. 7.. Wegens het niet binnen de termijn doen van aangifte kan op grond van de wet uitsluitend een verzuimboete worden opgelegd. 8.. Als het aan opzet van belanghebbende te wijten is dat de aangifte niet is gedaan, vormt dit een vergrijp in de zin van artikel 67d van de AWR (zie 26). De heffingsambtenaar moet vooraf een keuze maken tussen het opleggen van een verzuimboete of een vergrijpboete (zie15).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel