Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 10.

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2009

1.. De maatregel wordt vastgesteld op: 5 procent van de Wij-norm bij gedragingen van de eerste categorie. bij gedragingen van de tweede categorie wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag en wordt op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100 procent van de WIJ-norm. 10 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de derde categorie. 20 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de vierde categorie. 100 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de vijfde categorie. 2.. De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op een maand. 3.. In afwijking van het vorige lid kan de duur van de maatregel worden verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid. 4.. Van een maatregel wordt afgezien: zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen. 5.. Bij een verwijtbare gedraging in de eerste of derde categorie van artikel 9, zonder dat belanghebbende ten onrechte of tot een te hoog bedrag bijstand ontvangen heeft, kunnen burgemeester en wethouders volstaan met een schriftelijke waarschuwing in plaats van een verlaging van bijstand, als er in het jaar voorafgaande aan die gedraging geen schriftelijke waarschuwing of verlaging van bijstand is geweest

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel