**1..** Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van de uitkering:
tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt en op het minderjarige kind dat zijn onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet of niet behoorlijk nakomt;
tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt;
tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van de het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie een uitkering is verleend;
op degene aan wie de persoon die een uitkering ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de aanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van de verlening van een uitkering redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien;
op de nalatenschap van de persoon indien:
aan die persoon ten onrechte een uitkering is verleend en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden;
een uitkering is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht.
**2..** Behoudens in de gevallen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel m van deze beleidsregels, worden de kosten van een uitkering die meer dan vijf jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot verhaal zijn gemaakt, niet verhaald.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2
Artikel 1.2.2
Verhaal van de uitkering
Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein gemeente Castricum 2017