In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet investeren in jongeren;
gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste
lid onderdeel d, van de wet;
college: het college van burgemeester en
wethouders;
woning: een woning als bedoeld in artikel 1,
onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of
woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en
bijstand;
woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per
maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1,
onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag;
Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot
een bedrag per maand omgerekende som van de
verschuldigde hypotheekrente en de in verband met
het in eigendom hebben van de woning te betalen
zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast
te stellen bedrag voor onderhoud;
ouder: de vader of moeder als bedoeld in
respectievelijk de artikelen 1:197 en 1:198 van het Burgerlijk
Wetboek.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren