De toepassing van de artikelen 3 tot en met 9 geschiedt zodanig, dat de
toepasselijke norm voor de jongere tenminste bedraagt:
35 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande,
55 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande
ouder,
65 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 10.
Anti-cumulatiebepaling
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren