Naar hoofdinhoud
Het bedrag dat aan pgb dat de gemeente aan een inwoner beschikbaar stelt, is afgeleid van de prijs van dezelfde voorziening in natura. Bij het bepalen van wat de dienst of voorziening in natura gekost zou hebben, wordt uitgegaan van de goedkoopst compenserende voorziening zoals de gemeente die had kunnen inkopen. Het bedrag voor de aanschaf van een hulpmiddel kan zo nodig worden verhoogd met een bedrag voor onderhoud, verzekering, keuring en reparatie van de voorziening. Bij diensten is het pgb een bepaald percentage van de naturaprijs. Dit omdat de gemeente ervan uitgaat dat pgb-gebruiker de dienst goedkoper, met minder overheadkosten, kan inkopen dan de gemeente. In de percentages wordt wel onderscheid gemaakt of de inwoner hulp van een organisatie, een ZZP-er of iemand uit het eigen netwerk inkoopt. In de Verordening staat vermeld wat de verschillende pgb-percentages. De gemeente kan het pgb weigeren als verwacht wordt dat de inwoner in kwestie, eventueel met hulp van zijn netwerk, het pgb niet goed kan beheren: de inwoner kan duidelijk uitleggen, waarom u een Pgb wil (in plaats van zorg in natura). de inwoner is in staat om zelf zorg in te kopen. de inwoner is in staat om zorgverleners aan te sturen. Zodat ze de juiste dingen op de goede manier doen. de inwoner kan beoordelen of de zorg voldoende en goed is. De zorg moet bijdragen aan de zelfstandigheid en de ‘kwaliteit van leven’ van de inwoner. De zorg moet passend en veilig zijn.

Rechtspraak bij dit artikel