Als een inwoner een pgb heeft gekregen voor een hulpmiddel en het recht op het hulpmiddel komt te vervallen voordat het hulpmiddel is afgeschreven, zal een deel van het pgb teruggevraagd worden. De inwoner kan het hulpmiddel bijvoorbeeld particulier verkopen en de opbrengst gebruiken om de gemeente te betalen.
De gemeente hanteert de volgende afschrijvingstabellen om het terug te betalen pgb mee te berekenen:
Tabel 1
Voorzieningen:
Sportrolstoelen
Vanaf:
0,5 jaar
1 jaar
1,5 jaar
2 jaar
2,5 jaar
3 jaar
Percentages:
20%
40%
60%
75%
90%
100%
Tabel 2
Voorzieningen:
Vervoermiddelen en roerende woonvoorzieningen
Bijvoorbeeld scootmobielen, rolstoelen, tilliften,
douchestoelen en kindervoorzieningen.
Vanaf:
0,5 jaar
1 jaar
2 jaar
3 jaar
4 jaar
5 jaar
6 jaar
7 jaar
Percentages:
10%
20%
35%
50%
65%
80%
90%
100%
Tabel 3
Voorzieningen:
Niet-roerende woningaanpassingen en autoaanpassingen
Bijvoorbeeld trapliften, onderrijdbare keukens en
autoaanpassingen
Vanaf:
0,5 jaar
1 jaar
2 jaar
3 jaar
4 jaar
5 jaar
6 jaar
7 jaar
Percentages:
10%
15%
27,5%
40%
52,5%
65%
75%
85%
Vanaf:
8 jaar
9 jaar
10 jaar
Percentages:
92,5%
97,5%
100%
De vaststelling van de afschrijvingstermijn gebeurt op basis van de periode tussen de datum van de toekenning van het pgb en de datum van de intrekking van de indicatie voor het betreffende hulpmiddel. Er wordt hierbij afgerond in het voordeel van de inwoner, dus naar boven.
Als het oorspronkelijke pgb lager is dan € 500,- of het terug te betalen bedrag lager is dan € 50,-, dan wordt er niet teruggevorderd. Ook wordt het deel van het pgb dat verstrekt is voor niet-standaard aanpassingen niet meegenomen in de terugvordering. Denk hierbij aan een op maat gemaakte zitorthese.
Als de inwoner verhuist voordat de afschrijvingstermijn van het hulpmiddel is verstreken, dan zal ook een deel van het pgb worden teruggevraagd. De inwoner kan hiervoor bij zijn of haar nieuwe gemeente een nieuw pgb aanvragen. Op die manier betaalt de nieuwe gemeente voor de restwaarde van de voorziening. Immers, de nieuwe gemeente heeft dan zorgplicht voor de (ex-)inwoner.
Als de inwoner is overleden, dan eindigt de indicatie voor het hulpmiddel automatisch. Ook dan moet een deel van het pgb worden terugbetaald door de nabestaanden.
Hoofdstuk 11
Artikel 11.2.5