Naar hoofdinhoud
Begeleiding is gericht op het bevorderen, het behoud of het compenseren van zelfredzaamheid van de inwoner. Begeleiding is bedoeld voor mensen die zonder deze begeleiding zouden moeten verblijven in een instelling of zich zouden verwaarlozen. Begeleiding kan individueel of in groepsverband worden gegeven. Begeleiding kan nodig zijn voor inwoners met matige tot zware beperkingen op één of meer van de volgende vijf terreinen: Sociale redzaamheid: zich begrijpelijk maken, een gesprek voeren, lezen, schrijven en rekenen, een communicatiehulpmiddel gebruiken, dagelijkse bezigheden en routine regelen, problemen oplossen, besluiten nemen, taken initiëren en uitvoeren, geld beheren en de administratie doen; Bewegen en verplaatsen: lichaamspositie handhaven en veranderen, Grove en fijne hand- en armbewegingen maken, voorwerpen optillen, Gecoördineerde bewegingen maken met benen en voeten, voortbewegen binnenshuis en korte afstanden lopen, de trap gebruiken en het zich buitenshuis verplaatsen met het OV of een eigen vervoermiddel; Probleemgedrag: destructief gedrag, dwangmatig gedrag, agressief gedrag, manipulatief gedrag, zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag en grensoverschrijdend seksueel gedrag; Psychisch en/of cognitief functioneren: concentratie, geheugen, denken en de perceptie van de omgeving. Geheugen- en oriëntatiestoornissen: Oriëntatie in persoon, in ruimte, in tijd en naar plaats. Begeleiding kan zich richten op 6 prestatiegebieden: opbouwen van het sociaal netwerk, thuisadministratie, arbeidsparticipatie/dagbesteding, zelfzorg, persoonlijk functioneren en mantelzorg

Rechtspraak bij dit artikel