Naar hoofdinhoud
Bij de compensatie van vervoer van kinderen moet worden uitgegaan van de zelfstandige vervoersbehoefte van het kind in kwestie. Richtlijnen hierbij zijn: Tot vijf jaar: geen zelfstandige vervoersbehoefte; Van vijf tot en met elf jaar: een beperkte zelfstandige vervoersbehoefte, bijvoorbeeld om ergens te gaan spelen of om naar een vereniging te gaan. Van de ouders mogen echter met betrekking tot het brengen en het halen ook inspanningen verwacht worden; Vanaf twaalf jaar: een (bijna) volledige zelfstandige vervoersbehoefte. De Wmo voorziet niet in het vervoer naar en van school. Hier is een voorliggende voorziening voor, het leerlingenvervoer. De eerder in deze paragraaf genoemde aangepaste zitvoorziening voor kinderen kan niet als fiets- of autozitje gebruikt worden. Voor vervoer is dus een apart auto- of fietszitje nodig. Deze zitjes zijn in diverse varianten auto- en fietszitjes voor kinderen die extra zitondersteuning nodig hebben. Aan wat oudere kinderen kunnen ook aangepaste fietsen, scootmobielen en andere vervoersmiddelen toegekend worden als een gewone (elektrische) fiets of bromfiets niet geschikt is.

Rechtspraak bij dit artikel