Rolstoelen worden onderscheiden in rolstoelen voor incidenteel, semipermanent en permanent gebruik. Ook is er verschil in actief en passief gebruik. Verder wordt onderscheid gemaakt tussen rolstoelen die uitsluitend voor binnen geschikt zijn en rolstoelen die zowel voor binnen als buiten kunnen worden gebruikt.
Bij handbewogen rolstoelen wordt onderscheid gemaakt tussen zelfbewegers (zelf voortbewegen) en duwwandelwagens (geduwd worden).
Mensen voor wie een handbewogen rolstoel niet geschikt is en er geen transfermogelijkheden meer zijn, kunnen in aanmerking komen voor een elektrische rolstoel. Hiervan bestaan typen voor binnen, buiten of beiden. Een elektrische rolstoel voor binnen is bedoeld voor in en om de woning. De draaicirkel is kleiner, maar de accu’s ook, zodat er niet hele grote afstanden mee overbrugd kunnen worden. Een elektrische rolstoel voor buiten heeft grotere accu’s en fungeert ook als een vervoersmiddel voor kleine afstanden. Een tussenoplossing voor binnen (kleinere draaicirkel) en buiten (grotere accu’s) is ook mogelijk.
Elektrische rolstoelen hebben standaard een joystick besturing. Naast deze vorm van besturing is vrijwel iedere denkbare vorm van besturing mogelijk. Het is mogelijk dat de gebruiker niet overweg kan met de elektrisch aangedreven rolstoel. In dat geval kan rolstoeltraining worden toegekend.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.3.2