Naar hoofdinhoud
1.. Indien er sprake is van onverantwoord interen van het eigen vermogen tot het vrij te laten vermogen ex artikel 34 lid 3 van de Wet Werk en Bijstand, vindt afstemming plaats door het verstrekken van de bijstand als renteloze lening gedurende de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 2.. Als criterium voor het verantwoord interen van het vermogen wordt 1,5 maal de voor betrokkene(n) geldende bijstandsnorm en toeslag verminderd met genoten inkomsten gehanteerd. 3.. Deze norm en toeslag kunnen eventueel worden gecorrigeerd met de woonlasten waarvoor geen huursubsidie kan worden verkregen en de eventueel verschuldigde premie voor een particuliere ziektekostenverzekering. 4.. Door het verstrekken van bijstand in de vorm van een renteloze lening kan de verstrekte bijstand worden teruggevorderd ook indien de belanghebbende geen bijstand meer ontvangt omdat hij/zij niet meer in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeert. De termijnen dienen te worden vastgesteld op al datgene waarmee de beslagvrije voet wordt overschreden. 5.. Gedurende de periode van bijstandsverlening, worden de termijnen op de uitkering in mindering gebracht. Na beëindiging van de bijstand dient de belanghebbende zelf de termijnen tijdig te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel