Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Doel van het beleid

Onderdeel van Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Goeree-Overflakkee

De bevoegdheid zoals die is opgenomen in artikel 13b Opiumwet (de sluiting van de woning of een lokaal) heeft preventie en beheersing van de drugsproblematiek en de daarmee gepaarde risico’s voor de volksgezondheid tot doel. Ook staan de nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden hierbij centraal. Het is van belang om het beleid voor de aanpak van hennepteelt, dealpanden en productie van harddrugs op efficiënte en effectieve wijze op elkaar af te stemmen, ten einde een waterbed-effect richting Goeree-Overflakkee te voorkomen. Om genoemde reden is het voor de gemeente Goeree-Overflakkee noodzakelijk om Damoclesbeleid vast te stellen en daar uitvoering aan te geven. Door toepassing van de bevoegdheid tot sluiting is het pand niet meer te gebruiken voor druggerelateerde activiteiten en wordt de met drugsproblematiek gepaarde risico’s een halt toegeroepen. De inzet van de sluiting is er op gericht om de drugshandel in of vanuit een woning of lokaal te beëindigen en beëindigd te houden. De maatregel is niet bedoeld als straf, maar is gericht op herstel van de situatie/de verstoring van de openbare orde. Doel van de maatregel is om: de bekendheid van de woning of het lokaal als drugspand te doorbreken en de loop eruit te halen; de bekendheid van de woning of het lokaal in het drugscircuit te doorbreken; te verhinderen dat de woning of het lokaal (nog) wordt gebruikt ten behoeve van (georganiseerde) drugshandel en het drugscircuit; verdere aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning of het lokaal te voorkomen. Deze beleidsregel streeft, ten aanzien van de toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet, de volgende doelen na: Afstemming van de handhavingsactiviteiten tussen politie, justitie en gemeente en waar mogelijk deze samenwerking complementair te laten zijn; realiseren dat de geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een adequate reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding en het beoogde effect, te weten het bestrijden van handel in drugs en herstel van de openbare orde; kenbaar te maken aan de ‘overtreder’ welke sanctie hij van de overheid kan verwachten na een overtreding, waar mogelijk ook een preventieve werking vanuit gaat.

Rechtspraak bij dit artikel