Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Voorbereiden besluitvorming en belangenafweging

Onderdeel van Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Goeree-Overflakkee

Belangenafweging in het kader van de proportionaliteit en subsidiariteit Zowel gebruikers als eigenaren hebben er belang bij dat een pand open blijft. Deze belangen kunnen heel divers zijn; bijvoorbeeld financieel (huurpenningen), huisvesting, voortgang van bedrijfsactiviteiten enz. Het schenden van deze belangen maakt handhaving niet per se onredelijk. De wetgever heeft bewust lokaliteiten en woningen onder de werking van artikel 13b Opiumwet gebracht. Het is inherent aan deze keuze van de wetgever dat dit grote gevolgen kan hebben voor de eigenaren, verhuurders en gebruikers. De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid en rechtsorde zijn dermate ernstig dat herstel daarvan, in beginsel, als algemeen belang zwaarder wordt geacht dan het individuele belang van een eigenaar, verhuurder en gebruiker. Daarbij is het van belang dat een verhuurder kan kiezen aan wie hij een pand verhuurt. Gelet hierop mogen de gevolgen van die keuze voor zijn risico worden gehouden. Een verhuurder kan zich voorts op de hoogte stellen van het gebruik dat van het verhuurde wordt gemaakt. Het risico dat een pand krachtens artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet wordt gesloten, indien aan de in deze bepalingen gestelde vereisten is voldaan, is daarbij verbonden aan het verhuren van een pand[1] . De (financiële) gevolgen van de toepassing van dit beleid kunnen zwaar zijn voor de eigenaren, verhuurders en gebruikers. Voor bewoners van een pand dat wordt gesloten is een dergelijke maatregel zeer ingrijpend. De sluiting wordt gerechtvaardigd door: De brede bekendheid van het nationale beleid en nationale wetgeving ten aanzien van verdovende middelen. Het produceren van drugs is verboden, softdrugs mogen alleen worden verkocht in gedoogde coffeeshops en handel in harddrugs is altijd verboden; De aard van de overtreding, namelijk een drugsgerelateerde criminele handeling met een bedrijfsmatig karakter, die strafbaar is gesteld bij wet; Het geschonden algemeen belang (verstoring van de openbare orde, veiligheid en rechtsorde, verloedering van het straatbeeld, aantasting van woon- en leefklimaat, onveiligheidsgevoelens in de straat/wijk, aantasting van de geloofwaardigheid van de overheid, geen controle op de verkoop met alle gevolgen en gevaren voor de volksgezondheid, vergaren van illegale inkomsten en belastingontduiking, aanzuigende werking op het ontstaan van soortgelijke activiteiten, vermindering van de waarde van onroerend goed); De beoogde werking van de maatregel, namelijk het terugdringen van de door criminele handelingen veroorzaakte negatieve effecten, herstel van het woon-, leef- en werkklimaat, terugdringen van recidive. Zienswijzen Hetgeen hierboven is gesteld, wordt als uitgangspunt genomen. Per geval wordt bekeken of er sprake is van een bijzondere omstandigheid die tot een andere afweging noopt. Hier speelt de zienswijzeprocedure een belangrijke rol. In het kader van een zorgvuldige belangenafweging wordt aan de belanghebbenden de mogelijkheid gegeven om binnen 14 dagen een zienswijze bekend te maken ten aanzien van het voornemen van de burgemeester om het betreffende pand te sluiten. Belanghebbenden zijn in ieder geval de eigenaar en de gebruiker van de woning en/of het pand. Artikel 4:11 Awb biedt de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen de zienswijzemogelijkheid achterwege te laten en onmiddellijk tot sluiting over te gaan. Tegen de definitieve besluiten staat bezwaar en (hoger) beroep open. Een besluit tot het sluiten van een woning, lokaal en/of daarbij behorend erf op grond van artikel 13b Opiumwet wordt op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (hierna: ‘Wkpb’) ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister. Begunstigingstermijn en herstelmaatregelen In de last onder bestuursdwang worden de te nemen herstelmaatregelen opgenomen en wordt op grond van artikel 5:24 lid 2 Awb een begunstigingstermijn geboden aan betrokkene(n). De betrokkene(n) wordt in de gelegenheid gesteld om het pand voor een bepaalde tijd uit het maatschappelijk verkeer te halen door zijn sloten te vervangen, persoonlijke spullen, huisraad, bederfelijke waar en dergelijke uit de woning te verwijderen en de sleutels in te leveren op het gemeentehuis. Van het inleveren van de sleutels wordt een verslag opgemaakt. De sleutels zullen worden opgeslagen in een kluis in het gemeentehuis. Deze termijn wordt bij woningen en lokalen gesteld op 72 uur. Als de betrokkene(n) niet binnen de gestelde termijn de gewenste maatregelen treft, kan de burgemeester overgaan tot uitvoering van de last onder bestuursdwang. Het is ook mogelijk dat indien er sprake is van gevaarzetting of ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast. Aan de hand van de indicatorenlijst (bijlage 2) en hetgeen is opgenomen in onderdeel 7 van dit beleid wordt bepaald of men tot een spoedsluiting over moet gaan. Op grond van artikel 5:31 lid 1 Awb kan de burgemeester in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last. Op grond van artikel 5:31 lid 1 Awb kan de burgemeester in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last. Tijdsverloop Het kan voorkomen dat er enig tijdsverloop optreedt tussen de constatering van de overtreding en het besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Dit vloeit voort uit de ingrijpende strekking van het besluit en de gehoudenheid van de burgemeester om een besluit tot sluiting zorgvuldig te motiveren en op te stellen. Informatieverstrekking door politie Omdat de Opiumwet geen mogelijkheid biedt om gemeentelijke toezichthouders aan te wijzen, is de burgemeester hoofdzakelijk afhankelijk van informatie uit opsporingsonderzoeken van de politie. Deze informatie wordt aan de burgemeester verstrekt in het kader van zijn taak tot handhaving van de openbare orde en veiligheid zoals neergelegd in artikel 172 Gemeentewet. Door de politie wordt zo spoedig mogelijk, na het constateren van een strijdige situatie, informatie verstrekt die noodzakelijk is voor het treffen van een bestuurlijke maatregel. Dit is in het bijzonder het geval wanneer een handelshoeveelheid drugs en/of een handelshoeveelheid kweekmateriaal in een pand wordt aangetroffen, of is gebleken dat een pand is dan wel wordt gebruikt ten behoeve van de productie en/of handel in/van drugs. Indien meer informatie nodig wordt geacht om de context van het toepassen van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet ter terechtzitting nader te schetsen wordt in overleg met politie gekeken welke informatie hiertoe gedeeld kan worden. De door de politie aangeleverde gegevens worden vertrouwelijk door de burgemeester behandeld. De basis voor het verstrekken van dergelijke gegevens kan worden gevonden in artikel 16 lid 1 aanhef en onder sub c Wet politiegegevens. Beleid ten aanzien van coffeeshops en horecabedrijven Het handhavend optreden ten aanzien van coffeeshops en horeca is reeds omschreven in het Handhavingsprotocol Horeca VP en GO. Echter is het Damoclesbeleid ten aanzien van het optreden op basis van de Opiumwet leidend en complementair aan het Handhavingsprotocol VP en GO. [1] Zie o.a. zie ABRvS 28 mei 2014, ECLI:RVS2014:1976

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel