Verwijdering van een voertuig kan plaatsvinden indien het College van burgemeester en wethouders, of bij mandaat aangewezen bevoegde ambtenaar, van oordeel is, dat het in belang van de veiligheid op de weg, vrijheid van het verkeer, of het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen van de in de wegsleepverordening genoemde wegen of weggedeelten, verwijdering van het voertuig Noodzakelijk is en ter zake bestuursdwang uitgeoefend wordt en/of een proces-verbaal wordt opgemaakt in geval van:
het laten stil staan:
op een kruispunt of een overweg (art. 23 lid 1. Sub a RVV 1990);
op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook (art. 23 lid 1. Sub b RVV 1990);
op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan (art. 23 lid l.sub c RVV 1990);
in een tunnel (artikel 23 lid 1 sub d RVV 1990);
bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, in geval die markering niet is aangebracht op een afstand van minder dan 12 meter van het bord (art. 23 lid 1 sub.e RVV 1990);
op de rijbaan langs een busstrook (art. 23 lid 1 sub f RVV 1990);
langs een gele doorgetrokken streep (art. 23 lid 1 sub g RVV 1990);
op de rijbaan van een autoweg zonder dat dit noodzakelijk is (art. 43 lid 2 RVV 1990);
op een fietspad (bordG11, G12a of G13 Bijlage 1 RVV1990), (art. 10 lid 1 RVV1990);
bij een verbod om stil te staan (bord E2, bijlage 1 RVV 1990);
op een voetpad, trottoir of voetgangersgebied (art. 10 lid 1 RVV 1990);
het parkeren:
op gehandicaptenparkeerplaatsen (artikel 26 RVV 1990, bord E6 Bijlage 1 RVV 1990);
op laad- en losplaatsen (bord E7 Bijlage RVV 1990), voor zover gelegen in het gebied zoals genoemd in artikel 2 van de Wegsleepverordening;
op taxistandplaatsen (bord E5, Bijlage 1 RVV 1990), voor zover gelegen in het gebied zoals genoemd in artikel 2 van de Wegsleepverordening;
op het marktterrein, op de dagen en uren , waarop dit blijkens het onderbord verboden is (art. 24 lid 1 sub d RVV 1990), mede gelet op het bepaalde in de Marktverordening Boxtel;
op evenemententerreinen, op dagen en uren, waarop dit blijkens publicatie en bebording verboden is, voor zover gelegen in het gebied zoals genoemd in artikel 2 van de Wegsleepverordening;
in strijd is met verkeerstekens (bijvoorbeeld parkeerverbod of -zoneMart. 62 RVV 1990);
op een parkeergelegenheid , alleen bestemd voor vergunninghouders (art 62 RVV 1990);
bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan (art 24 lid 1 sub a RVV 1990);
voor een in- of uitrit (art. 24 lid 1 sub b RVV 1990);
buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg (art 24 lid 1 sub c RVV 1990);
op een parkeergelegenheid voor zover dit voertuig niet behoort tot de op het onderbord aangegeven categorie voertuigen, op een andere wijze dan op het onderbord is aangegeven dan wel op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden (art. 24 lid 1 sub d RVV 1990);
langs een gele onderbroken streep (art 62 RVV 1990);
naast een ander voertuig (dubbel parkeren) (art 24 lid 2 RVV 1990);
binnen een erf anders dan op als zodanig aangeduide of aangewezen weggedeelten (art 46 RVV 1990);
het feit dat de eigenaar of houder van een motorrijtuig niet kan worden achterhaald, doordat geen of een valse kentekenplaat is aangebracht;
het parkeren in een parkeerschijfzone, behalve op parkeerplaatsen;
het gebruik maken -behoudens noodgevallen- van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van een autoweg of autosnelweg;
het parkeren of stil laten staan op plaatsen waar dit gevaar of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor overige weggebruikers (art. 5 Wegenverkeerswet 1994).