**1..** Het college merkt het inkomen dat niet meer bedraagt dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2 van de wet aan als draagkrachtloos inkomen.
**2..** Indien het inkomen meer bedraagt dan 110% dan wordt 50% van het meerdere in aanmerking genomen voor de draagkracht.
**3..** In afwijking van het vorige lid wordt 100% van het meerdere in aanmerking genomen in geval het:
bijzondere bijstand voor een jongmeerderjarige;
woonkostentoeslag;
duurzame gebruiksgoederen, of
bewindvoeringskosten, betreft.
**4..** Bij de vaststelling van het inkomen als bedoeld in het eerste lid blijven de middelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de wet buiten beschouwing met uitzondering van de huurtoeslag in het geval van een aan-vraag om woonkostentoeslag.
**5..** Voor het vaststellen van de draagkracht wordt het draagkrachtloos inkomen van de alleenstaande ouder vermeerderd met de verhoging van het kindgebonden budget (alo-kop).