Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3,

Artikel 9

Uitvoering van het onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Diemen 2010

1.. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.. De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. Dit geldt ook ten aanzien van bestuurders en medewerkers van instellingen als bedoeld in art.2, lid2. De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de ambtelijk secretaris en andere medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. 4.. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid. Haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan, als geheim aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid als lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. 5.. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 6.. De rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest of personen die informatie hebben verschaft. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 7.. Na het ambtelijk wederhoor ten aanzien van de feiten, zoals bedoeld in lid 6, formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen en legt deze met het feitenonderzoek vast in een conceptrapport. 8.. De rekenkamercommissie stelt het bestuur in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, zijn zienswijze op het conceptrapport aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Indien het college niet tijdig reageert, kan de rekenkamercommissie van het bestuurlijk wederhoor af zien. 9.. Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk, aan de raad aangeboden. Hierbij wordt de bestuurlijke reactie van de zijde van het college gevoegd voorzien van een nawoord van de zijde van de rekenkamercommissie. De raad bespreekt de onderzoeksresultaten op basis van het rapport. De raad spreekt zich uit over de aanbevelingen.

Rechtspraak bij dit artikel