De directeur van de rekenkamer kiest zelf de onderwerpen voor onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.
De in een jaar te onderzoeken onderwerpen worden jaarlijks vóór 1 november van het voorafgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad aangeboden.
De directeur van de rekenkamer overlegt jaarlijks, voorafgaand aan het vaststellen van het onderzoeksprogramma, met de Auditcommissie.
De in sub a bedoelde onderzoeksopzet wordt door de directeur rechtstreeks ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.
Bij de selectie van onderwerpen hanteert de directeur de volgende criteria:
het onderzoek moet betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid van beleid;
er moet sprake zijn van een substantieel belang;
het moet door de gemeente te beïnvloeden beleid betreffen;
er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken;
de resultaten moeten communiceerbaar zijn naar de bevolking.
Hoofdstuk › Paragraaf 3,
Artikel 8
Onderwerpkeuze en onderzoeksprogramma en -opzet
Onderdeel van Verordening rekenkamer gemeente Diemen 2011