Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 10

Uitvoering van onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Diemen 2011

a.. De directeur van de rekenkamer is verantwoordelijk voor de uitvoering van de onderzoeken volgens de vastgestelde onderzoeksopzet. b.. De directeur van de rekenkamer is bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 11 (tijdelijk) onderzoeksmedewerkers aan te stellen en/of externe deskundigen in te schakelen. c.. De directeur van de rekenkamer beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds over de voortgang van een onderzoek te informeren. d.. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht op zijn verzoek aan de directeur van de rekenkamer alle inlichtingen en informatie te vertrekken die hij nodig heeft voor de uitvoering van een onderzoek. De informatie en/of inlichtingen worden verstrekt binnen een door de directeur van de rekenkamer aan te geven termijn. Verzoeken aan ambtenaren van de gemeente worden tevens ter kennis gebracht van de gemeentesecretaris. e.. De rapporten van de rekenkamer zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamer rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. f.. De directeur van de rekenkamer en degenen die ten behoeve van hem werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van directeur, respectievelijk medewerker te kennis gekomen. g.. De directeur van de rekenkamer formuleert in zijn rapporten conclusies en aanbevelingen. Na vaststelling van een rapport wordt het college van burgemeester en wethouders in de gelegeheid gesteld binnen een door de directeur te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het rapport en de conclusies en aanbevelingen kenbaar te maken. De directeur van de rekenkamer formuleert een nawoord naar aanleding van de reactie van het college van burgemeester en wethouders. h.. Het rapport, de reactie van het college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de directeur van de rekenkamer worden door de directeur van de rekenkamer ter bespreking aan de raad aangeboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel