De in deze verordening genoemde maten worden (met uitzondering van de gebruiksoppervlakte) uitwendig gemeten, daar waar zij het grootst zijn. De hoogte wordt gemeten vanaf de waterlijn. Ondergeschikte bouwdelen zoals lichtkoepels en antennes worden niet meegerekend, voor zover zij geen belemmering voor de scheepvaart opleveren. Waar verwezen wordt naar een bestemmingsplan, geldt de wijze van meten zoals die in dat bestemmingsplan is opgenomen.