**1..** De subsidieverlening voor peuterplekken geschiedt volgens de volgende
verdeelcriteria:
aanvragen voor peuterspeelzaalwerklocaties worden beoordeeld op
passendheid binnen deze nadere regels. Als randvoorwaarde geldt
ook dat de instelling voor peuteropvang VVE aanbiedt binnen haar
totale dienstverlening in onze gemeente;
indien er meer subsidies worden aangevraagd dan het
subsidieplafond toelaat worden organisaties die in het verleden
subsidie hebben ontvangen tijdelijk bevoorrecht . Dit is bedoeld
als overgangsregeling. Als subsidieplafond geldt het bedrag dat
de gemeente van het Rijk ontvangt voor peuteropvang (in 2017 €
336.000,-). In 2018 is 25% van de totaal aangevraagde subsidie
peuterspeelzalen bestemd voor de bevoorrechte organisaties.
Vanaf 2019 geldt deze voorkeursbehandeling niet meer.
**2..** Voortvloeiend uit het eerste lid, onder a, zal er vanaf 2018 per
kwartaal gemonitord worden welke aantallen VVE en reguliere peuteropvang
worden aangeboden. Hiervoor gelden de data 1 januari, 1 april, 1 juli en
en 1 oktober. Per datum dient de subsidie ontvangende organisatie binnen
2 werkweken na de hier genoemde data de actuele cijfers over VVE plekken
en regulier plekken aan de gemeente te overleggen. Zonodig vindt er
overleg plaats tussen de gemeente en betrokken organisaties, naar
aanleiding van deze rapportages.
Artikel 8
Subsidieverdeling
Onderdeel van Nadere regels subsidies Peuterspeelzaalwerk en Voorschoolse Educatie 2018