Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Landgraaf 2017

In dit treasurystatuut en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Belegging Het uitzetten van eigen vermogen of andere financiële middelen voor de korte of lange termijn. Betalingsverkeer Het verrichten van betalingen en incasseren van gelden. Daggeld (callgeld) Lening voor één dag tegen een vast rentepercentage. Deposito Niet-verhandelbare belegging bij een financiële onderneming, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet. Derivaten Financiële instrumenten opgenomen in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices; Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Drempelbedrag Het maximale (credit)bedrag op de rekening-courant bij de bank van de gemeente. Het saldo boven dit drempelbedrag wordt automatisch ten gunste van de schatkist gebracht. ERR-lidstaten De lidstaten binnen de Europese Economische Ruimte (ERR), zijnde de lidstaten Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, Ijsland en Lichtenstein. wet Fido wet Financiering decentrale overheden. Financiële onderneming Een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen. Financiering Het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor eenperiode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaanuit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer inrichten en uitvoeren). Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en (meerjaren)investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de wet Fido, ter grootte van een percentage van het totaal van de begroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. De kasgeldlimiet richt zich op leningen met een rentetypische looptijd van maximaal één jaar. Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kortlopende financiering Financiering waarvan de rentetypische looptijd korter is dan één jaar. Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij (vanwege insolventie of deficit). Langlopende financiering Financiering waarvan de rentetypische looptijd langer is dan één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Liquide middelen De direct opvraagbare financiële middelen van de organisatie. Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de geprognosticeerde toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid. Onderhandse geldlening Schuldpapier op (middel)lange termijn dat niet genoteerd staat aan een beurs, maar dat volledig op maat wordt afgesproken tussen geldgevers en geldnemers. Rating Taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau; Relatiebeheer Het onderhouden van relaties met partijen die actief zijn op de financiële markten (waaronder banken en geldmakelaars). Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Renterisiconorm Een bij aanvang van enig jaar op basis van de wet Fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de gemeente dat bij de realisatie niet overschreden mag worden. De renterisiconorm richt zich op leningen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (vaste schuld). Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Ruddo Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Schatkist De rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Schatkistbankieren Het door decentrale overheden verplicht uitzetten van overtollige middelen in de schatkist bij het Ministerie van Financiën. Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen van de Gemeente. Treasuryfunctie Alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit de deelfuncties risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode één jaar of meer. Valutarisico Het risico dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment. Vaste schuld Schuld met een looptijd langer dan één jaar. Vlottende schuld Schuld met een looptijd van maximaal één jaar.

Rechtspraak bij dit artikel