Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 8.

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Oldenzaal 2017

1.. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2.. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, lid 1, sub a of de doelgroep zoals beschreven in artikel 10d, lid 2 van de wet; die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, dan wel daaraan gerelateerd met deeltijdarbeid het minimum uurloon te verdienen, en die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. 3.. Het college kan zich door een deskundige laten adviseren bij de vaststelling of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Deze deskundige neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. 4.. Het college verstrekt de subsidie alleen als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 5.. Het college stelt de loonwaarde van een persoon vast aan de hand van het Besluit Loonkostensubsidie Participatiewet d.d. 6 oktober 2014 en de daarop gebaseerde Regeling Loonkosten-subsidie Participatiewet d.d. 10 oktober 2014. 6.. Een deskundige adviseert het college op basis van een gevalideerde methode over de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. De deskundige neemt daarbij de in het vijfde lid bedoelde voorschriften in acht. 7.. Het college kan in overleg met de werkgever besluiten dat de vaststelling van de loonwaarde gedurende maximaal de eerste zes maanden van de dienstbetrekking achterwege kan blijven (artikel 10d, lid 1, sub b van de wet en artikel 10d, lid 5 van de wet) en in deze periode een forfaitaire loonkostensubsidie wordt verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel