De vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht over hetgeen hem of haar door medewerkers die melding maken van ongewenste omgangsvormen ter kennis wordt gebracht. Deze geheimhouding stopt niet na het beëindigen van de functie van vertrouwenspersoon.
De gemeente Lelystad en de interne vertrouwenspersoon voorkomen ieder, zowel gezamenlijk als onafhankelijk van elkaar, dat er strijdige belangen ontstaan tussen de werkzaamheden van de interne vertrouwenspersoon in die hoedanigheid en enige andere werkzaamheid voor de gemeente Lelystad.
De vertrouwenspersoon staat naast de melder en doet niet aan waarheidsvinding (neemt voor waar aan wat de melder vertelt). Daarmee is de functie van de vertrouwenspersoon “partijdig”. Deze partijdigheid houdt in dat een vertrouwenspersoon:
Niet kan bemiddelen tussen melder en de persoon waarop de melding betrekking heeft
Geen hoor en wederhoor kan toepassen
Niet corrigerend kan optreden
Geen onafhankelijk advies kan verstrekken aan het management, P&O of anderen.
De vertrouwenspersoon is uitsluitend verantwoording verschuldigd aan het bevoegd gezag (bijvoorbeeld over bestede uren). Er is geen verantwoording verschuldigd aan het bevoegd gezag over de uitvoering, het verloop en het resultaat van de begeleiding van een melder.
Degenen die als vertrouwenspersoon zijn aangesteld, mogen niet uit hoofde van deze functie worden benadeeld in hun rechtspositionele aanspraken bij de gemeente.
Ten behoeve van de werkzaamheden van de vertrouwenspersoon stelt bevoegd gezag een budget beschikbaar dat onder andere bedoeld is voor opleiding van vertrouwenspersonen en het kunnen raadplegen van eventuele externe deskundigen.
De vertrouwenspersoon dient een door de LVV erkende basiscursus vertrouwenspersoon te hebben gevolgd, jaarlijks intervisie te plegen en zich bij of na te scholen.
Artikel 5.