In afwijking van het gestelde in artikel 1.10 en 1.11 wordt subsidie op grond van artikel 5.1, lid 1 als volgt bepaald:
de huisvestingskosten voor zover deze naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de activiteiten zijn voor maximaal 75% subsidiabel. Indien een organisatie in een accommodatie een bar exploiteert zijn de huisvestingskosten niet subsidiabel.
Voor zover de activiteiten bestaan uit het (doen) verzorgen van een muziekopleiding van leden, zijn deze opleidingskosten voor maximaal 35% subsidiabel.
Harmonieën en fanfares ontvangen een bedrag van € 1.000 per organisatie-eenheid (harmonieorkest, drumband, majorettenkorps e.d.).
Voor activiteiten in het kader van (behoud van) immaterieel cultureel erfgoed (Carnaval, Sinterklaas, oranjefeesten/koningsdag en heemkunde) bedraagt de subsidie maximaal € 0,15 per inwoner van de kern(en) waar de activiteit plaatsvindt.
Voor de bepaling van het aantal inwoners als bedoeld in lid d wordt het aantal ingeschreven personen in de Basisregistratie Personen op 1 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd als uitgangspunt gehanteerd.
Voor activiteiten die niet direct vallen onder het bij art. 5.2d genoemd immaterieel cultureel erfgoed, maar die het college wel wil waarderen wordt een vast bedrag gehanteerd van maximaal €200 per jaar.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 5.2
Subsidiabele kosten en berekening van de subsidie
Onderdeel van Nadere regels subsidies Sociaal Domein 2017