1.De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
2.De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode, al dan niet op aangeven van het college, de onderverdeling van de programma’s in producten vast.
3.De programma-indeling, de productenindeling en de onderverdeling van beide kunnen al dan niet op aangeven van het college door de raad worden gewijzigd indien daar behoefte aan is. Wijzigingen worden bij de vaststelling van de begroting expliciet vermeld.
4.De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
5.De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de Jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.