Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: a. raadplegend referendum: een niet-bindende raadplegende volksstemming, op initiatief van de gemeenteraad, waarbij de kiesgerechtigden antwoord geven op de door de gemeenteraad vastgestelde vraag over een groot project zoals beschreven in een startdocument; b. startdocument: een door de gemeenteraad vastgestelde notitie waarin een probleemstelling en een beeld van de beoogde oplossingsrichting(-en) staan beschreven. Het startdocument bevat tevens een paragraaf omtrent de communicatiestrategie. Hierin wordt onder andere melding gemaakt op welke wijze de objectieve, informatieverstrekkende voorlichting inhoudelijk en financieel vorm wordt gegeven en of en op welke wijze daarnaast, inhoudelijk en/of financieel, invulling wordt gegeven aan de diverse standpuntuitdragende campagnes. Ook wordt ingegaan op de juridische aspecten die samenhangen met het besluit tot het houden van een raadplegend referendum over het betrokken project. Bij de vaststelling van het startdocument door de gemeenteraad, kunnen individuele raadsleden een uitspraak doen over het feit hoe zij denken om te gaan met de uitslag van het raadplegend referendum; c. groot project: een maatschappelijk vraagstuk met ingrijpende gevolgen voor de Diemense samenleving waarbij de oplossing veel tijd vraagt en/of waarbij grote financiële belangen in het geding zijn en/of waarbij veel partijen zijn betrokken; d. kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het raadplegend referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 van de Kieswet gerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van de gemeente Diemen; e. gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Diemen; f meerderheid: het raadplegend referendum is geldig als minimaal 30% van de kiesgerechtigden opkomt. De uitslag wordt bepaald op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte geldige stemmen. De antwoordmogelijkheid waarvoor de meeste geldige stemmen zijn uitgebracht wordt vervolgens door de raad aangemerkt als voorgedragen voorkeursmodel.

Rechtspraak bij dit artikel