De vraagstelling inclusief de antwoordmogelijkheden wordt door de
raad, gelijktijdig met het in artikel 7, tweede lid bedoelde
startdocument, vastgesteld.
De vraagstelling en de antwoordmogelijkheden van het raadplegend
referendum moeten helder, concreet en objectief zijn. De
vraagstelling kan uit één, dan wel meerdere te beantwoorden vragen
bestaan.
Uitwerking