Bij hun beslissing op aanvragen om een bijdrage-ineens ingevolge artikel 3.2 houdt het college in elk geval rekening met:
de prioriteit die het treffen van voorzieningen in het kader van de stadsvernieuwing heeft;
de waarde van het pand als monument of als beeldbepalend pand;
de bouwtechnische en uiterlijke staat van het pand, mede in relatie tot zijn omgeving;
het huidige en toekomstige gebruik van het pand;
de wijze van exploitatie van het pand;
de mate waarin de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen, worden verricht door de eigenaar, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van anderen, zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf.