**1..** Op de aanvraag om toekenning van geldelijke steun als bedoeld in dit hoofdstuk wordt beslist door het college.
**2..** Een aanvraag dient te worden ingediend voordat de ondernemer overgaat tot uitvoering van zijn voornemens die tot geldelijke steun kunnen leiden.
**3..** Een aanvraag dient naast de gegevens, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag, vergezeld te gaan van een advies opgesteld door het Regionaal Instituut voor het Midden en Kleinbedrijf, het Centraal Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf, het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond, het Nederlands Christelijk Ondernemers Verbond of de Rijksnijverheidsdienst. Toetsing aan het criterium als bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, onder c, geschiedt door één van deze organen.
**4..** De ondernemer dient, voor zover redelijkerwijs voor de uitvoering van dit hoofdstuk nodig is, desgevraagd aan de door of vanwege het college aangewezen personen gegevens te verstrekken, inzage te geven in zijn boeken en bescheiden, machtiging te verstrekken tot inzage van de bij de Dienst der Rijksbelastingen berustende gegevens van zijn detailhandelsbedrijf en toegang te verlenen tot zijn detailhandelsbedrijfsruimten.
**5..** Indien de ondernemer op het moment van aanvraag, dan wel op het moment waarop het college op de aanvraag een beslissing nemen, in staat van faillissement is komen te verkeren of hem surséance van betaling is verleend, wordt de bijdrage op die grond geweigerd.