Artikel 4, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht
“Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komt in aanmerking:
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
de oppervlakte niet meer dan 150 m².”
Voor een bijbehorend bouwwerk bij een woning binnen de bebouwde kom, dat is gesitueerd vóór de voorgevelrooilijn, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
het bijbehorend bouwwerk niet tegen het hoofdgebouw is aangebouwd;
het bijbehorend bouwwerk de grens van het bouwvlak met meer dan 1,50 m overschrijdt;
de breedte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan de breedte van de gevel van het hoofdgebouw waartegen wordt gebouwd, minus 2,00 m;
voor zover het een op de grond staand bijbehorend bouwwerk betreft, de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 3,00 m.
Voor een bijbehorend bouwwerk bij een woning binnen de bebouwde kom, dat is gesitueerd in naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd voorerfgebied achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
het bijbehorend bouwwerk tot gevolg heeft dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel meer bedraagt dan 50%;
voor zover het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft waarbij de afstand tussen de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk en (het verlengde van) de voorgevelrooilijn minder bedraagt dan 1,00 m, de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 3,00 m;
voor zover het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft waarbij de afstand tussen de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk en (het verlengde van) de voorgevelrooilijn 1,00 m of meer bedraagt, de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 3,50 m;
voor zover het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft waarbij de afstand tussen de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk en (het verlengde van) de voorgevelrooilijn 1,00 m of meer bedraagt, de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 7,50 m of de bouwhoogte van het hoofdgebouw overschrijdt;
voor zover het een vrijstaand bijbehorend bouwwerk betreft, de afstand tussen de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk en (het verlengde van) de voorgevelrooilijn minder bedraagt dan 1,00 m;
voor zover het een vrijstaand bijbehorend bouwwerk betreft, de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 2,50 m;
voor zover het een vrijstaand bijbehorend bouwwerk betreft, dit niet functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Voor een bijbehorend bouwwerk bij een woning binnen de bebouwde kom, dat is gesitueerd in achtererfgebied, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
voor zover het een woning aan de Kleine Kade 17 tot en met 41 (oneven) te Goes betreft, het bijbehorend bouwwerk tot gevolg heeft dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel meer bedraagt dan 70%;
voor zover het geen woning aan de Kleine Kade 17 tot en met 41 (oneven) te Goes betreft, het bijbehorend bouwwerk tot gevolg heeft dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel meer bedraagt dan 50%;
de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 3,50 m;
voor zover het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft, de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 7,50 m of de bouwhoogte van het hoofdgebouw overschrijdt;
voor zover het een vrijstaand bijbehorend bouwwerk betreft, de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 6,00 m;
voor zover het een vrijstaand bijbehorend bouwwerk betreft, dit niet functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
het bijbehorend bouwwerk is gesitueerd op gronden waarop ingevolge het bestemmingsplan geen gebouwen mogen worden gebouwd.
In afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, verlenen burgemeester en wethouders voor een bijbehorend bouwwerk bij een woning binnen de bebouwde kom, die is gelegen in het gebied van het bestemmingsplan Goese Meer, géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
het bijbehorend bouwwerk tot gevolg heeft dat de bebouwde oppervlakte van het bouwperceel meer bedraagt dan 33%;
de afstand tussen de zijgevel van het bijbehorend bouwwerk en de zijdelingse perceelsgrens minder bedraagt dan 2,00 m;
de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 3,50 m;
voor zover het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft, de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk de bouwhoogte van het hoofdgebouw overschrijdt;
voor zover het een vrijstaand bijbehorend bouwwerk betreft, de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 6,00 m;
voor zover het een vrijstaand bijbehorend bouwwerk betreft, dit niet functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
het bijbehorend bouwwerk is gesitueerd voor de voorste grens van het bouwvlak, zoals aangeduid op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding, of achter de achterste grens van het bouwvlak.
Voor een bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien:
het bijbehorend bouwwerk tot gevolg heeft dat de gezamenlijke oppervlakte van alle buiten het bouwvlak gesitueerde bijbehorende bouwwerken bij het hoofdgebouw meer bedraagt dan 150 m²;
de afstand tussen de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk en (het verlengde van) de voorgevelrooilijn minder bedraagt dan 1,00 m;
de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 3,50 m;
de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan 5,00 m;
met dien verstande dat onder bebouwde kom wordt verstaan: “een gebied met samenhangende bebouwing, waarbij de aard van de omgeving bepalend is en niet de plaats van het verkeersbord dat de grens van de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 aangeeft.”