1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2.Onverminderd het bepaalde in lid 3 weigert de burgemeester de vergunning indien:
de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of
de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de aanvrager en leidinggevende overlegt die maximaal drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1.7 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting, de openbare orde of openbare veiligheid op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
4.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum;
een bedrijfskantine of -restaurant.
5.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 8
Artikel 2.18
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Voerendaal 2017