Het college verleent aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van salaris en toegekende salaristoelage(n) bij overlijden van de echtgeno(o)t(e) of de geregistreerd partner.
Het college verleent aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van salaris en toegekende salaristoelage(n) bij overlijden van ouders, pleegouders, stiefouders, schoonouders.
Het college verleent aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van salaris en toegekende salaristoelage(n) bij overlijden van kinderen, pleegkinderen, stief- en aangehuwde kinderen.
Het college verleent aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van salaris en toegekende salaristoelage(n) bij overlijden van bloed- en aanverwanten in de tweede graad of tweede graad van de zijlijn (grootouders, broers, zussen, kleinkinderen en die van de partner).
Het buitengewoon verlof op grond van lid 1 t/m lid 3 bedraagt maximaal 4 werkdagen.
Het buitengewoon verlof op grond van lid 4 bedraagt maximaal 2 werkdagen, tenzij de ambtenaar is belast met het regelen van de begrafenis/crematie en/of nalatenschap, dan bedraagt het buitengewoon verlof maximaal 4 werkdagen.
Hoofdstuk
Artikel 6:4:1:1